Kies een categorie
Zoeken binnen exclusief
terug naar overzicht

Alle categorieën

Op zoek naar de Limburg-factor, en toen werd ze er zelf een

Op zoek naar de Limburg-factor, en toen werd ze er zelf een

Afscheidnemende hoogleraar Maria Jansen

Met haar onderzoek heeft ze ervoor gezorgd dat de gezondheidsverschillen op de kaart zijn gezet. Maria Jansen leverde zo een belangrijke bijdrage aan het verbeteren van de gezondheid van de inwoners van Zuid-Limburg. Aangeleerde hulpeloosheid ontdekte ze als een van de factoren. Een waaraan de Limburgers zelf niks konden doen, het was hun historie, legt ze uit in een afscheidsinterview.

Door Jos Benders, arts-redacteur

Uw conclusie rond het thema mijnen is een vernuftige. ‘Die trokken laag gekwalificeerd personeel aan dat zwaar werk moest verrichten. Daar hoorde zware, calorierijke kost bij en flinke alcoholconsumptie. Bij de mijnen hoorde ook verzorging van de wieg tot het graf’, schrijft u.

Vraag: was die conclusie niet ook een beetje stigmatiserend voor de Limburgse mens?
‘De mijnen waren indertijd een florerend bedrijf. De regio Heerlen behoorde tot de rijkste gemeenten toentertijd. Medewerkers waren best trots om in de mijnen te werken. Ook vrouwen hadden een belangrijke ondersteunende rol, vooral voor de mijnwerkers onder de grond van wie de kleding een stevige wasbeurt nodig had. Salarissen waren best redelijk; mijnwerkers konden zich sigaretten en vlees veroorloven. Pas na de mijnsluiting is enige stigmatisering ontstaan omdat degenen met de beste capaciteiten elders aan het werk kwamen. Dat noemen we demografische scheefgroei, want de best opgeleiden vertrokken naar elders en de slechtst opgeleiden bleven achter. Die werden later gestigmatiseerd als de losers. Degene met de minste capaciteiten raakte werkloos. Er was hoegenaamd geen sociaal vangnet, behalve dan dat men ofwel met vervroegd pensioen werd gestuurd of arbeidsongeschikt verklaard. Pa kwam onverwachts werkloos op de bank te zitten en dat was voor de kinderen in die gezinnen geen goed voorbeeld. Ma werd ook haar ondersteunende taak ontnomen. Sociale deprivatie was het gevolg. De generatie daarna heeft er de gevolgen van ondervonden in termen van ambitieloos, verslaving, criminaliteit, verloren vertrouwen in de overheid, gevoel dat men als hardwerkende burger in de steek was gelaten.’

Hoe liggen de cijfers bij onze Umwelt, Duitsland en België? Identiek?
‘Weet ik onvoldoende omdat Duitsland en vooral België de cijfers minder goed op orde hebben dan Nederland. En we registreren net allemaal iets anders, dus vergelijken is ook lastig. We hebben geprobeerd deze cijfers te ontsluiten, maar dat is moeizaam gebleken.’

Is bij alle onderzoek ooit gedacht aan erfelijke belasting van de Limburger?
‘Ongezonde leefstijl, stress door opgroeien in armoede wordt vaak in gezinnen doorgegeven aan de volgende generatie: wat je als kind met de paplepel krijgt ingegeven, neem je zelf in het opvoeden van de volgende generatie mee. We spreken dan van sociale overerving. Dat kunnen we bevestigen op basis van onderzoek.’

U ging op zoek naar de Limburg-factor. Gevonden?
‘Limburg kent inderdaad een achterstand op het vlak van gezondheid, arbeidsparticipatie, jeugdzorg, voortijdig schoolverlaters, bijstandsgerechtigden, aantal zwangere vrouwen dat voor tien weken zwangerschap al begeleiding van de verloskundige ontvangt, leerachterstand op de leeftijd van vier jaar et cetera. Achterstand op jonge leeftijd werkt heel je leven door en is haast niet meer in te halen. We kennen dus inderdaad een Limburg-factor. Maar als we de gezondheidsachterstand en de zorgkosten - die hier ook hoger zijn - corrigeren voor opleidingsniveau, inkomen, arbeidsdeelname, chronische aandoeningen, leefstijl, eenzaamheid en zelfregie, dan vallen de verschillen grotendeels weg. De achterstand die we hebben, laat zich verklaren door de samenstelling van de bevolking die op de genoemde factoren afwijkt van het landelijk gemiddelde. We hebben dus wel een extra opgave hier.’

Wie wordt de nieuwe Maria Jansen?
‘Iemand die kan verbinden. Die betrouwbaar is als partner in de wetenschap, het beleid en de praktijk van de publieke gezondheid. Iemand die zegt wat ze doet en doet wat ze zegt. Zonder negen-tot-vijfmentaliteit, altijd klaarstaat voor persoonlijke en organisatorische ondersteuning, met ambitie, resultaatgericht. Ik houd niet van eindeloos vergaderen. Soms is het nodig, maar ik ben meer van doen. Ook ben ik iemand die privé en werk in balans weet te houden, want dat is wel een grootmeesterskunst, zeker voor vrouwen bij wie ook nog kinderen in het gezin een goede opvoeding behoeven. Gelukkig hebben mijn partner en ik de taken altijd redelijk evenwichtig kunnen verdelen. Misschien zijn vrouwen ook iets beter in het multitasken. Zij doen het misschien allemaal iets makkelijker gewoon tussendoor. Althans, zo deed ik het. Gauw effe dit en nog gauw ook dat. Ik heb me nooit hoeven vervelen, zeg ik met een glimlach. Al lag ik ’s avonds ook wel eens uitgeput in bed. Tja, wie niet?’

Hoe zal uw leven eruitzien na pensionering?
‘Ik trek graag met een fiets door de Zuid-Europese landen. De laatste decennia is dat er nauwelijks van gekomen omdat het werk vaak voorging. We hebben drie volwassen kids, een fantastisch stel van twee-eiige tweelingdochters en een iets oudere zoon. Zij geven op hun manier met al hun talenten vorm aan hun toekomst. Pareltjes zijn het, met veel veerkracht, ook van huis uit meegekregen. We zijn een ondersteunend gezin, we laten elkaar niet los.’

Resultaten

348 resultaten

Maria Jansen, verbonden aan de UM en de GGD; zo werd ze zelf een factor van betekenis

‘Er zijn mooie samenwerkingen tot stand gekomen. Ik denk hierbij aan de samenwerking binnen Limburg Positief Gezond en Trendbreuk, maar ook aan de coalities in de mijnstreek, onder andere de Mijnstreekcoalitie waarin onder meer de huisartsen, Zuyderland en CZ samen optrekken, en in Maastricht/Heuvelland, de Alliantie Santé. En uiteraard ook aan de wijze waarop tussen praktijk, financiers en wetenschap wordt samengewerkt aan oplossingen voor onze regionale opgaven, in de Academische Werkplaats Publieke Gezondheid, die ik sinds 2006 leid. De praktijkgerichte evaluatie van de anderhalvelijnszorg, maar ook van de PlusPraktijken door de UM en de Academische Werkplaats Duurzame Zorg vind ik mooie voorbeelden hiervan. We kennen elkaar hier vaak al vele jaren en er is wederzijds vertrouwen; dat is de basis van samenwerking. Dat is elders in het land soms echt anders.’

Nummer 1 Leden Inlog

U kunt hieronder inloggen om deel te nemen aan onze lezersacties.

E-mail adres  
Wachtwoord  

Wachtwoord vergeten?
Maak een nummer1 account aan