Kies een categorie
Zoeken binnen exclusief
terug naar overzicht

Alle categorieën

‘MONDKAPJES ZIJN VOOR NEDERLAND EEN SYMBOOLDOSSIER’

‘MONDKAPJES ZIJN VOOR NEDERLAND EEN SYMBOOLDOSSIER’

Nummer 1 krijgt het laatste interview voor het naderende weekend

Ik spreek Marc Van Ranst, bekend Belgisch viroloog, de laatste vrijdag voor het verschijnen van dit blad. Hij is wat Jaap van Dissel is in ons land: niet alleen bekend, voor sommigen zelfs vermaard, bij een enkeling verguisd.

Door: Jos Benders, arts-redacteur

Nummer 1 krijgt het laatste interview voor het naderende weekend. Niet alleen professor Van Ranst zelf maar ook zijn drie collega’s hebben namelijk besloten tot een embargo. Op maandag zien ze wel verder. Publiciteit en sociale media leggen grote druk op het werk van de virologen, dat ze louter nog blijken te kunnen doen met permanente politiebewaking.

Wat vindt u het belangrijkste verschil in aanpak tussen uw land België en Nederland?
‘Zowel in België als in Nederland zijn - en dat is dan meteen het verschil - de mondkapjes, of mondmaskers zoals we die in Vlaanderen noemen, een symbolisch thema geworden van deze misère. Het gebrek eraan in België en het niet implementeren in Nederland. Dat is een gespreksonderwerp waarin we heel anders zijn in België dan in Nederland.’

Heeft dat verschil geleid tot substantieel minder besmettingen en slachtoffers in België?
‘Je kan heel moeilijk epidemieën met elkaar vergelijken. Je kan dat heel moeilijk van de ene stad met de andere, je kan het evenmin tussen twee landen. Vroeger zag men een epidemie als een soort act of God (daad van God, red.); je kon er pech mee hebben of je had chance (geluk, red.). In onze huidige tijd is een epidemie, een pandemie, een soort van wereldkampioenschap geworden, een rangschikking. Er worden allerlei berekeningen en statistieken gemaakt, die worden dan vervolgens gepubliceerd en elke dag geüpdatet. Dat is verkeerd, denk ik. Bovendien is het onderdeel van onze maatschappij om van alles de schuld toe te wijzen aan iemand. Dat is een niet zo vrolijk makende conclusie.’

In Nederland worden de adviezen van het RIVM en het OMT vrijwel letterlijk opgevolgd door het kabinet. Is dat in België ook het geval?
‘Neen. Ik denk het spanningsveld in België tussen de experten en het kabinet is veel groter dan in Nederland. En ik vind dit goed. Het ergste wat je kan overkomen is dat je de politici naar de mond gaat praten, om mee te gaan in een bepaalde politieke koers. Dan heb je een veel grotere kans om van het padje af te raken dan bij het omgekeerde scenario, waarbij er een zeker spanningsveld blijft bestaan tussen experten en politiek. Ook als ze daarmee de politiek tegen de haren in strijken.’
‘Ik moet eerlijk zeggen dat wanneer ik met experten praat in Nederland zij mij soms zeggen: Wij durven sommige dingen in ons land niet te zeggen omdat onze subsidies voor onderzoek ook komen van het ministerie van Volksgezondheid. Sommigen durven hierom met dissidente meningen minder vlot naar buiten te komen dan in België.’

Ik confronteer Marc Van Ranst met een voorval rond een mij bekende viroloog, mijn opleider in Nijmegen aan de Radboud Universiteit. De specialist liet zich verleiden tot het meewerken aan een actualiteitenprogramma. Thema: een parasiet (toxoplasmose, red.) die soms kan voorkomen in de uitwerpselen van katten. Onze docent-viroloog maakte op tv, nietsvermoedend, wereldkundig dat toxoplasmose ernstig gevaar oplevert voor de ongeboren vrucht als zwangere vrouwen er per ongeluk mee in aanraking komen. Hij werd bestempeld tot kattenmepper. Een hetze van grote omvang volgde. Geschrokken maakte de viroloog het eerstvolgende lesuur vrij om integraal alle dreigbrieven voor te lezen. Viroloog zijn en de bedreigingen, Marc Van Ranst weet er alles van.
‘Ik kan er ook ettelijke uren aan besteden, aan het voorlezen van zulke brieven. En misschien moet ik dat weleens doen. Wanneer je viroloog bent in een epidemie dan ben je vaak - en zeker als de politici zich daarachter verstoppen - de brenger van slecht nieuws. Mensen gaan je dan vereenzelvigen met dat slechte nieuws. In België is dat goed gekend, bij ons heet dat het Armand Pien-fenomeen (beroemde weerman op tv, red.). Die man bracht de weersvoorspelling, maar als het weer slecht was, werd men boos op Armand Pien… De zeden zijn verhard. Een viertal virologen, onder wie ik zelf, hebben politiebescherming. Zover is het gekomen.’

Ik kreeg voorafgaand aan dit vraaggesprek om 02.15 uur een mailtje van u. Hoeveel uur slaapt u nu?
‘Wel, laat ons zeggen kwart over twee ‘s nachts dat is voor mij de late namiddag.’ Glimlacht. ‘Ik slaap vier tot vijf uur.’

Werkt u elke dag of heeft u elke zaterdag en zondag vrij, zoals een normaal mens?
‘Dit weekend, zo hebben we gezamenlijk met de vier virologen afgesproken, gaan we wel lesgeven maar niet de pers te woord staan. De journalisten bedienen, is ongeveer een dagtaak. Als we dit weekend vragen krijgen voor interviews, dan wijzen we ze met heel veel plezier door naar de politici.’

Is Nummer 1 de laatste?
‘U bent de laatste.’

Bent u tussentijds nog op vakantie geweest?
‘Ik heb één overnachting gedaan in juni in de Efteling en ik was een dagje uit in Bokrijk, dat was het.’

Jaap van Dissel spreekt van een tweede golf. Spreekt u daar ook van?
‘Ja, ja, je kan dit niet anders dan een tweede golf noemen.’

Spreekt u Jaap van Dissel vaak?
‘Neen. Dat is een van de jammere dingen, dat we heel erg zijn gebonden aan ons eigen land. Dat is voor heel veel landen zo. Ik spreek af en toe weleens met collega’s, maar veel minder dan we eigenlijk zouden móéten doen. Dit is eigenlijk een falen van Europa. Wij zijn niet de Verenigde Staten van Europa, we staan daar nog heel ver van af.’

Bent u strenger dan Jaap van Dissel?
‘Ik denk dat wij even streng zijn, maar soms op een andere manier.’

Kunt u dat toelichten?
‘Tja, in het begin was ook ik niet voor mondkapjes. Maar op een bepaald moment toen er meer bekend raakte over aerosolen, ben ik er wel van overtuigd geraakt dat we dat in winkels, op heel drukke plaatsen wel moesten doen. Hoe langer je wacht die bocht te maken, hoe moeilijker het wordt. Vanaf dat moment wordt dat een symbooldossier. Dan heb je al zo vaak gezegd: Neen, we gaan het niet doen. Dan wordt het heel moeilijk het alsnog te doen. Als er niet zoveel nadruk gelegd was op het niet dragen, heb ik geen enkele twijfel dat het dragen van mondkapjes in Nederland ook meer zou gebeuren dan op dit moment.’

Resultaten

345 resultaten

  • video ‘Als ik aan Limburg denk, denk ik aan...’
Nummer 1 Leden Inlog

U kunt hieronder inloggen om deel te nemen aan onze lezersacties.