Kies een categorie
Zoeken binnen exclusief
terug naar overzicht

Alle categorieën

Met enige schaamte: Belg van het Jaar

Met enige schaamte: Belg van het Jaar

Wout van Aert

Hij heeft zichzelf overtroffen, in prestaties en in zijn eigen verwachtingen. In het donkere coronajaar was het Wout van Aert die tot Belg van 2020 werd gekozen, omdat hij met zijn wielerprestaties voor enige vreugde in de crisisperiode van COVID-19 zorgde. Juist omdat hij na een zware valpartij en een lange revalidatie beter terugkeerde aan de top van het peloton, was de gunfactor van het publiek ongekend groot voor de Kempenaar van Jumbo-Visma.

Tekst en fotografie Raymond Kerckhoffs

Toch vindt Van Aert (26) het moeilijk om zichzelf in het jaar van de pandemie als Belg van het Jaar te zien. ‘Ik denk zeker niet dat ik de belangrijkste Belg van het jaar ben geweest’, wil hij een duidelijk statement afgeven. ‘De artsen en verpleegkundigen die dag en nacht hebben gevochten tegen het virus, staan voor mij op één. Natuurlijk begrijp ik dat ik de mensen met mijn successen wat lichtpunten in de donkerte heb gegeven. Maar ik wil zeker mijn waardering uitspreken naar allen die zich hebben ingezet om levens te redden en corona onder de knie te krijgen. Dat is vele malen belangrijker.’

In persoonlijk opzicht lacht het leven hem in de eerste maanden van dit jaar toe. Na zijn superjaar 2020 werd de renner met een Nederlandse vader en Belgische moeder op 5 januari vader van zoontje Georges, een week later tekende hij een miljoenencontract bij Jumbo-Visma waardoor hij de rest van zijn leven onafhankelijk is.
Hoe anders was zijn leven achttien maanden eerder. De onzekerheid knaagde nog aan hem, omdat zijn carrière op dat moment nog aan een dun draadje (in dit geval beter gezegd een dunne pees) hing. In de zomer van 2019 was hij aan een opmerkelijke opmars bezig, totdat hij in de tijdrit in Pau in de Tour de France een bocht te scherp aansneed en bleef hangen in een dranghek. Daarbij liep hij een diepe vleeswond op. Bij een snelle operatie in het plaatselijke ziekenhuis werd over het hoofd gezien dat er een pees aan zijn knie was gescheurd. Deze moest tijdens een tweede operatie in België worden gehecht, waarna een maandenlange revalidatie begon. ‘Daardoor had ik eigenlijk verwacht dat 2020 voor mij een overgangsjaar zou worden’, kijkt hij nu terug op deze periode van onzekerheid. ‘Afgelopen winter zou ik al getekend hebben voor een gewoon seizoen waarbij ik me af en toe met de top kon meten. Ik had nooit gedacht dat ik al die belangrijke wedstrijden zou winnen. Voor velen is 2020 een jaar om snel te vergeten. Voor mij zeker niet. Ik kwam terug van mijn blessure en was vervolgens sterker dan voorheen. Het is nog altijd moeilijk te geloven dat ik zo’n mooie wedstrijden won. In dit super crazy jaar heb ik een enorme stap gezet in mijn carrière.’

De eerste week na de coronalockdown, in augustus, vormt zijn absolute hoogtepunt van 2020. Binnen een week weet hij de Italiaanse klassiekers Strade Bianche en Milaan-San Remo te winnen. Twee van zijn droomwedstrijden, waarvan hij altijd de hoop koesterde dat hij ze mocht bijschrijven op zijn palmares. ‘Achteraf denk ik dat onze ploeg de lockdown enorm goed heeft aangepakt. Het team heeft aangegeven dat we het tot 1 juni rustig aan konden doen. Vervolgens hebben we de trainingen weer vol opgepakt en de opbouw gedaan richting augustus. Ik denk dat die aanpak beter werkte dan die van andere ploegen die geen rustperiode hebben ingelast. Veel jongens hebben veel mentale kracht verloren door te blijven trainen gedurende de crisis.’

In juli ging Van Aert bijna vier weken lang met de Tourploeg op hoogtestage in de Franse Alpen, in Tignes. Op de cols boven de tweeduizend meter wist de Belg met klimmers als Primož Rogli?, Tom Dumoulin en Steven Kruijswijk om zich heen zijn grenzen te verleggen. De topvorm van de Italiaanse klassiekers neemt Van Aert vervolgens mee naar de Tour de France. In de belangrijkste wedstrijd van het jaar wint hij twee massasprints, maar verrast hij zichzelf nog meer door tot enkele kilometers van de top van cols van de buitencategorie het tempo te bepalen voor ploegmaat Rogli?. ‘Met dat klimmen heb ik mezelf ook echt verbaasd’, is Van Aert eerlijk. ‘Ik heb altijd gedacht dat ik voor het echte hooggebergte te zwaar was. Nu is gebleken dat ik tot op een bepaald niveau goed meekan. Van al die andere dingen had ik wel gehoopt dat ik ze zou kunnen. Dat ik een goede sprint op het einde van een zware koers in de benen heb, dat had ik vorig jaar al bewezen. Ik ben niet de snelste, maar in koersen waar de vermoeidheid van de koers een rol speelt, blijkt dat ik nog het nodige overschot heb. Het is dan ook niet dat het afgelopen jaar mijn sprint veel beter is geworden, ik ben in het algemeen gewoon een betere renner geworden.’

Heeft dat ook te maken met de ervaring van inmiddels drie seizoenen op het hoogste niveau op de weg? ‘Ik ken mijn lichaam inderdaad nóg beter. Ik weet steeds beter wat ik nodig heb om goed te zijn. Dat geeft rust. Het is niet meer een zoektocht om in topconditie te geraken, maar steeds meer een goede planning richting de belangrijkste koersen. Wanneer ik mijn schema’s kan uitvoeren, geeft dat vertrouwen dat het wel goed komt. In het toewerken naar de Tour de France en naar de klassiekers, heb ik de afgelopen twee jaar bij Jumbo-Visma zeker stappen gezet. Daardoor ben ik een stuk beter geworden. Juist die samenwerking met de ploeg was zo goed dat ik ook nooit getwijfeld heb om naar een andere ploeg over te stappen. Het sterkt me dat ik de komende vier jaar in een vertrouwde omgeving successen kan najagen.’

Je tweede plek op het WK veldrijden in Oostende achter Mathieu van der Poel was je laatste veldrit voor het wegseizoen. In hoeveel periodes deel jij je komende wegseizoen in? ‘Ik werk naar drie, vier periodes toe waar ik in topvorm hoop te zijn. Ten eerste is dat de periode van de klassiekers van Strade Bianche tot en met Parijs-Roubaix. Vervolgens de Tour de France. Daar sluiten de Olympische Spelen op aan. En vervolgens is er nog het WK op de weg in Leuven in eigen land. Het is moeilijk te voorspellen hoe het gaat. Het zou mooi zijn als ik mijn prestaties van afgelopen jaar enigszins kan evenaren. Wanneer ik enkele seizoenen mijn prestaties van 2020 kan evenaren, dan kom ik aan een erg indrukwekkende erelijst. Ik ga ervan uit dat de anderen ook sterker en slimmer worden. En dat ik zelf progressie moet maken om hetzelfde te kunnen doen wat ik dit jaar heb gedaan. Ik geloof dat ik beter kan worden. Ik ben nog maar 26. Ik moet ook niet denken dat ik in één seizoen drie monumenten, vijf Tourritten en een paar titels kan pakken. Daarvoor is het niveau veel te hoog.’

Zijn er bepaalde wedstrijden die hoog op je verlanglijst staan? ‘Na vorig jaar mag ik het vertrouwen hebben dat ik in alle vijf de monumenten (Milaan-San Remo, Ronde van Vlaanderen, Parijs-Roubaix, Luik-Bastenaken-Luik en Il Lombardia, R.K.) kansen heb. Ik weet dat dit een grote uitspraak is, maar die vijf klassiekers winnen is wel iets dat ik wil najagen. Mijn doel is sowieso om zoveel mogelijk verschillende prijzen op mijn palmares te krijgen. Ik denk dat ik daarmee goed op weg ben. Ik heb al klassiekers, tijdritten en massasprints gewonnen. Kleine rittenkoersen moeten ook in mijn mogelijkheden liggen. In de groene trui geloof ik ook. Ik wil op zoveel mogelijk fronten gescoord hebben.’

Resultaten

396 resultaten

Wachtwoord vergeten?

Vul hieronder uw e-mail adres in om een wachtwoord reset link te ontvangen.

E-mail adres