Kies een categorie
Zoeken binnen exclusief
terug naar overzicht

Alle categorieën

Kampioen  zonder podium

Kampioen zonder podium

Stijn Daemen kan zijn rood-wit-blauw nauwelijks in wedstrijden laten zien

De trots overheerst, maar het plezier van de rood-wit-blauwe trui ontbreekt. Over het antwoord op de vraag aan Stijn Daemen of het leuk is om Nederlands kampioen te zijn in een coronajaar, hoeft de talentvolle wielrenner geen seconde na te denken: ‘Nee!’ Zijn kampioenstrui heeft hij pas twee keer kunnen laten zien, omdat er voor de beloften nauwelijks wedstrijden zijn. Toch heeft de titel hem het houvast gegeven dat hij hogerop kan in de wielersport. ‘Mijn waardes zijn profwaardig’, concludeert hij zelfverzekerd.

Tekst en fotografie Raymond Kerckhoffs

Natuurlijk heeft Limburg als wielerprovincie de afgelopen jaren niks te klagen gehad. Het heuvellandschap is traditioneel het decor van grootse wedstrijden en met Tom Dumoulin, Wout Poels en Mike Teunissen werden er geweldige successen gevierd. Met de 21-jarige Stijn Daemen uit Landgraaf is er inmiddels opnieuw een talent opgestaan. Hij lijkt alles in zich te hebben om de overstap naar de profs te maken. Alleen kan hij zijn talent nauwelijks demonstreren in twee COVID-19-seizoenen waar wedstrijden alsmaar worden geannuleerd of uitgesteld.
Toch blijft voor Daemen het glas halfvol. Waar anderen na twee jaar met slechts een handjevol koersdagen openlijk twijfelen of ze hun wielerloopbaan nog moeten voortzetten, is de gedachte om te stoppen geen seconde bij Daemen opgekomen. ‘Daarvoor fiets ik véél te graag. Ik rij geen wedstrijden voor mijn ouders of voor anderen. Ik doe het omdat ik de sport mooi vind. Ook in de eerste lockdown, toen alle sport voor maanden stillag, ben ik elke dag met een glimlach blijven doortrainen. Wielrennen is zo zwaar en vereist zoveel discipline dat je het nooit kunt volhouden als je het niet graag doet.’

Doordat vrijwel alle wedstrijden voor beloften zijn geannuleerd, reed Daemen pas twee koersen in zijn rood-wit-blauwe trui als Nederlands kampioen bij de beloften (onder 23 jaar). Een wedstrijd om de Nations Cup in Polen en de Omloop van Valkenswaard. ‘En dit jaar zit het er waarschijnlijk ook niet in om in de kampioenstrui te starten. Ik heb in april de Ronde van Turkije gereden, maar dat was een wedstrijd die ook openstond voor profs waar Mark Cavendish vier ritten won. Daar mag ik als belofte dus niet in het rood-wit-blauw rijden. En zoals het nu uitziet, staan er in mei helemaal geen wedstrijden op mijn programma. In mei kan mijn ploeg ABLOC, gesponsord door het ultieme sportbier, waarschijnlijk tussen de profs starten in de Ster ZLM Toer. Ik hoop dat ik in die selectie zit. Vervolgens staat op 19 juni alweer het NK op het programma.’
Een Nederlandse titelstrijd die natuurlijk rood omcirkeld in de agenda van Daemen staat. ‘Het kampioenschap vindt opnieuw plaats op en rondom de VAM-berg in Drenthe. Een selectief parcours waar een puncher zoals ik goed tot zijn recht komt.’

Toch was de winst van het talent uit Landgraaf een grote verrassing in de wielerwereld. ‘Zelf wist ik dat ik in vorm was nadat ik tussen de profs aanvallend had gekoerst in de Omloop van het Hageland, maar winnen is natuurlijk nog een heel ander verhaal. Het parcours rondom de vuilnisberg van de VAM werd in eerste instantie als makkelijk omschreven. Ik denk dat het juist heel selectief is. Je zag bij de mannen en vrouwen dat respectievelijk Mathieu van der Poel en Anna van der Breggen wisten te winnen na een lange solo, terwijl het achter hen een compleet slagveld was. Bij de beloften wist ik op de laatste klim de overige renners in de kopgroep ruim achter me te laten.’

Voor de derde keer in zijn prille carrière werd het Wilhelmus voor de Limburger opgedragen. Eerder werd hij al Nederlands kampioen tijdrijden bij de nieuwelingen en junioren. ‘Winnen in de wegwedstrijd is natuurlijk nog mooier. Toen ik na de overwinning in de auto op weg naar huis zat, kreeg ik een lijst doorgestuurd met alle oud-winnaars van de Nederlandse titel bij de beloften. Het merendeel van die renners is later prof geworden, zoals Steven Kruijswijk,
Fabio Jakobsen, Dylan van Baarle, Pieter Weening en Thomas Dekker.’

De overwinning op het NK opende allerlei deuren. Zo kwam Daemen in beeld bij de opleidingsploeg van SEG Racing. Hij kon zich aansluiten bij het rennersmakelaarskantoor van SEG en er ontstond een samenwerking met trainer Harm Bronkhorst en met Aike Visbeek, de voormalige ploegleider van Tom Dumoulin. ‘Ik had naar het beloftenteam van SEG kunnen overstappen, maar uiteindelijk hield mijn huidige team ABLOC me aan mijn contract. Ik denk nu dat het helemaal niet slecht is om mijn seizoen bij deze ploeg af te maken. Al baal ik wel enigszins dat in de huidige, zeer beperkte kalender de beloftenploegen van Jumbo-Visma, Team DSM en SEG op basis van hun naam in diverse buitenlandse wedstrijden eerder een startbewijs krijgen dan mijn team. Verder hebben we dit jaar nog geen trainingskamp gehad. Ja, tijdens twee weekenden in Limburg en in Alkmaar kwamen we samen. Maar eigenlijk moet je met z’n allen naar Spanje. Daar maak je je onderling sterker. Uiteindelijk ben ik met een ploegmaat op eigen kosten naar Girona gegaan om twee weken fanatiek te trainen.’

In de Ronde van Turkije merkte Daemen dat hij tekortkwam tegenover vooral de topprofs van de WorldTour-teams van Deceuninck-Quick-Step, Israel Start-Up Nation, Astana en onder andere Alpecin-Fenix. ‘Op het hoogste niveau zijn de meeste wedstrijden doorgegaan. Daarbij hebben die profs vanaf eind vorig jaar al een of twee trainingskampen of zelfs hoogtestages gehad. Dan is het moeilijk opboksen wanneer je zelf slechts een beperkte voorbereiding kende.’

Het vertrouwen dat hij de overstap naar de profs nog gaat maken, is groot bij Daemen. Tot dusver was hij echter nog niet in beeld bij de beloftenploegen van onder andere Jumbo-Visma en Team DSM. ‘Ik heb bij de junioren vooral in België gekoerst. Daardoor kon ik bij de beloften direct overstappen naar het opleidingsteam van Lotto-Soudal. Ik denk dat dit de reden is dat ik een beetje buiten beeld van de grote Nederlandse ploegen ben gebleven. Die Nederlandse titel zal echter wel zijn opgevallen.’

Bij de junioren reed Daemen wedstrijden tegen onder meer de huidige Tour de France-winnaar Tadej Poga?ar, maar ook tegen de winnaar van de Waalse Pijl 2020 Marc Hirschi en het opvallende talent Brandon McNulty. ‘Ik weet nog hoe ik in 2016 in de Giro della Lunigiana in een bergrit een vijftal minuten verloor op Poga?ar. Hij was een jaar ouder dan ik en maakte enorme indruk. We wisten toen al dat dit een supertalent was. Dat hij op zijn eenentwintigste er al in zou slagen om de Tour te winnen, dat had echter niemand gedacht.’

‘Als ik daarover nadenk, dan zou ik dus nu op de leeftijd zijn dat ik de Tour de France zou kunnen winnen. Dan realiseer je je welke achterstand je tegenover die jongens hebt, want er staat nu een enorm sterke lichting met wonderkinderen. Anderzijds werkt het ook motiverend als je die jongens op die leeftijd al ziet meedoen met de profs. Dan weet je dat die overstap realiseerbaar is. Ik denk dat het niet verkeerd is om me bij de beloften iets langer verder te ontwikkelen. Dankzij mijn trainer Harm Bronkhorst ontwikkel ik me nog meer als een puncher en werk ik aan mijn sprint. De waardes die ik tijdens mijn trainingen realiseer, zouden bij de profs niet misstaan. Volgens Harm kan ik dat niveau fysiek aan. Ik leef echter nog niet als een prof. Ik volg nog een studie fysiotherapie en ook in mijn trainingen en voeding zit zeker nog marge. Dat ik nog stappen kan zetten, kan op termijn zeker ook zijn voordelen hebben.’

Resultaten

373 resultaten

Nummer 1 Leden Inlog

U kunt hieronder inloggen om deel te nemen aan onze lezersacties.