Kies een categorie
Zoeken binnen exclusief
terug naar overzicht

Alle categorieën

Is er leven na het gouverneurschap?
  • Is er leven na het gouverneurschap?
  • Is er leven na het gouverneurschap?
  • Is er leven na het gouverneurschap?
  • Is er leven na het gouverneurschap?

Is er leven na het gouverneurschap?

Theo Bovens exclusief

Theo Bovens is gouverneur af. Nooit meer zal uit de volksmond noch in de politiek klinken: gouverneur Bovens. Na enig aandringen stemt Theo Bovens in met een vraaggesprek. Het is dan twee weken na zijn terugtreden als eerste burger van Limburg. Ik stel voor om samen een wandeling te maken, beter dan de beslotenheid van muren: de geest ruimte geven. De route bedenkt Bovens en komt te voeren over de Sint-Pietersberg in Maastricht met - vanuit de ooghoek, voor wie wil - zicht op het provinciehuis. Het afscheid nemen daarvan valt Theo Bovens voelbaar zwaar. Dit wordt zijn eerste interview. Achtduizend stappen verder heeft de oud-gouverneur geen thema onbeantwoord gelaten. Ook niet de belangrijkste vraag: niet weg hoeven en toch vertrekken, wat heeft hem in godsnaam beroerd?

Door Jos Benders, arts-redacteur | fotografie Paul Rous

In het Statendebat lag al vroeg een motie op tafel, ingediend door de PVV, die om het ontslag van de gouverneur vroeg. Waarom wachtte u de stemming niet gewoon af?
‘Het ambt van gouverneur betekent in Limburg nogal wat; de gouverneur is een boegbeeld, onderdeel van een symbool van wáár Limburg voor staat. Dat betekent honderd procent neutraal zijn, boven de partijen staan, en dus niet in een politiek debat terecht willen komen. Als in de politieke discussie over integriteitsbeleid binnen het provinciaal parlement de positie van de gouverneur wordt betrokken, schaadt dat de functie en schaadt dat dus Limburg.
Als in het provinciaal parlement over de manier waarop ik het ambt bijna tien jaar lang heb vervuld twijfel wordt gezaaid, is dat schadelijk. Een gouverneur is geen politicus zoals een wethouder of minister die je om zijn beleid kunt wantrouwen, een gele of rode kaart kunt
geven, en die dan of door functioneert of vertrekt. Als ik Limburg representeer of voor Limburg vecht, moet ik dat kunnen doen in het vertrouwen dat de overgrote meerderheid van de volksvertegenwoordiging mij daarin steunt. In het debat op 9 april werd mijn functioneren getoetst aan een mijns inziens onjuist verwachtingspatroon; ik had het debat wellicht overleefd, maar daarmee is de schade aan het gouverneursambt niet een-twee-drie herstelbaar. Buitenstaanders gaan je dan wellicht zien als aangeschoten wild, en daarmee zou mijn effectiviteit niet meer optimaal zijn. Dus hield ik de eer aan mijzelf en offerde ik de mooiste functie die ik ooit mocht bekleden liever op.’

Wanneer was voor u dat point of no return bereikt?
‘Dat gebeurde in een split second. Je taxeert de brisante, onvoorspelbare sfeer in het provinciale parlement, het vertrek van een college van Gedeputeerde Staten, de ernst van de in de media genoemde integriteitsschendingen, de daarmee samenhangende publieke opinie, het gebrek aan onderzoeksresultaten en je eigen degelijke feitenrelaas en gefundeerde antwoorden op talloze vragen. En dan moet je beslissen. Ga ik volop in de verdedigende aanval? Vechten voor je baan? Of niet? En wie mij kent, weet dan
eigenlijk het antwoord al: ik ga niet tegen mijn eigen parlement,
waar ik negenenhalf jaar trots voorzitter van ben geweest, in actie komen.’

Was u niet bevreesd dat uw opstappen een soort van impliciete erkenning zou kunnen zijn van schuld aan wat we maar even de affaire-Vrehen noemen?
‘Op dat moment niet. Er werd en wordt volstrekt niet getwijfeld aan mijn eigen integriteit, noch door vriend, noch door vijand. De gouverneur echter werd een rol toegedicht als scheidsrechter of politieagent, maar die rol vervult hij niet. En dan wordt ook nog geanalyseerd of ik die niet-bestaande rol voldoende heb ingevuld… Helaas moet ik achteraf constateren dat je in sommige media ineens wordt weggezet als iemand “die wegens een integriteitsaffaire is opgestapt”. Daar gaat een valse en beledigende suggestie vanuit.’

Is er fraude gepleegd? Is er gesjoemeld?
‘Helaas moet ik daar het antwoord nog steeds op schuldig blijven omdat hier onderzoek naar wordt gedaan. Voor mij is de vraag belangrijk: is er binnen het Gouvernement iets fout gegaan, gesjoemeld? Is er sprake van bevoordeling, van vriendjespolitiek? Die suggestie werd in een landelijk dagblad gewekt, daar heb ik onmiddellijk een extern onderzoek naar gelast. Dat komt medio deze maand met resultaten. Minstens zo belangrijk is echter ook: als er niet gesjoemeld is in het Gouvernement, hoe kan dan toch de schijn zijn gewekt dat er wél sprake is van vriendjespolitiek? Hoe komen we aan het beeld dat, als je maar een Statenlid of gedeputeerde kent, je dan wel subsidie of opdrachten van de provincie krijgt; en als dat niet zo is of zou zijn, hoe komen we dan van dat beeld af? Ten slotte is belangrijk dat overheidsgeld goed dient te worden besteed. Dus ook een onderzoek bij de betrokken derden (bedrijven en stichtingen die in de affaire worden genoemd, red.) hoe het geld is verspijkerd, is hard nodig.’

De heer Johan Remkes moet het nu in z’n eentje doen als dagelijks bestuurder. Is het redelijk om aan te nemen dat hij Limburg kan behoeden voor het oplopen van een achterstand?
‘Nee, maar dat moet je ook niet van een waarnemer verwachten. Gelukkig ken ik Johan Remkes goed en weet dat hij al zijn kennis, kunde en verbindingen zal aanspreken. Maar én een bestuurscrisis in het provinciaal parlement bezweren, én zeven portefeuilles van gedeputeerden beheren, én de normale dagtaak van een commissaris van de Koning waaronder rijkstaken uitoefenen, kun je nooit doen zonder dat er ergens achterstand ontstaat.’
Welke effecten zal het gezagsvacuüm hebben voor Limburg in de vaart der volkeren?
‘Op korte termijn hangt dit af van de vraag hoe effectief onze lobbypositie is in de wat grotere dossiers waarop alertheid en aanwezigheid is geboden. Op middellange termijn hangt het af van de snelheid waarmee een nieuw college kan aantreden en of dat nieuwe GS het beleid van de voorgangers kan doortrekken of dat er nieuw beleid wordt uitonderhandeld. Dat nieuwe GS moet in de zomer flink aan de bak om de relaties met burgers, organisaties, bedrijven, het buitenland, enzovoort te herstellen en aan te halen.’

Persoonlijk dan: hoe verklaart u de machteloosheid die u na tien jaar succesvol leiderschap heeft overvallen?
‘Het voelt inderdaad als overvallen. Vijfennegentig procent van mijn werk besteedde ik aan mensen verbinden, enthousiasmeren, Limburg representeren, strategie ontwikkelen, mijn rijkstaken uitoefenen, integriteit bevorderen, de coronagevolgen bestrijden, noem maar op. Het politieke handwerk in Provinciale Staten besloeg maximaal vijf procent van mijn tijd. Dan voel je je in zo’n Statendebat inderdaad alsof je in een verkeerde film terecht bent gekomen. Dat deed mij pijn.’

Hoe verklaart u dat de focus lijkt te liggen bij het CDA, waarvan u lid bent?
‘Om te beginnen ligt dat aan de grootte van de partij. Die was van oudsher machtig in Limburg, dus zal je meer representanten van het CDA dan van andere partijen tegenkomen. Zowel in goede zaken en successen alsook in minder fraaie dingen. Maar vergis je niet: een politieke partij is absoluut géén vriendenclub. Zelden zul je verenigingen tegenkomen waar zoveel belangen, tegenstellingen, jaloezie, haat en nijd voorkomen als in politieke partijen. Zelfs de oude KVP was eerder een archipel van kieskringen en belangengroepen dan één club. In Limburg verlopen courante relatiepatronen dan ook veeleer via culturele organisaties, sport, familieverbanden, woonplaats en interessevelden.’

Dragen wij in Limburg zelf bij aan het Palermo aan de Maas-beeld, spiritueel, vanuit een calimerohouding?
‘Ik maak mij daar wel zorgen over. In de afgelopen tien à twintig jaar is Limburg enorm sterker geworden. We doen het economisch goed, dragen bovengemiddeld bij aan de welvaart van Nederland, leveren prestaties op gebied van cultuur, sport en leefomgeving. In vele lijstjes van provincies tref je Limburg aan in het linkerrijtje. Ik ben daar fier op, droeg én draag die trots met verve uit. Vreemd is dan dat dit overal in binnen- en buitenland wordt erkend, maar dat we nu juist in Limburg soms de meeste moeite hebben deze feitelijkheden over te brengen.’
‘Als ik ook de trots uitdraag over ons integriteitsbeleid, word ik meteen gecorrigeerd door voorbeelden van suggestie of schijn van mogelijke schendingen. Laat duidelijk zijn: elke schending is er een te veel, maar de schijn van is nog geen schending. We versterken zelf ook nog eens dat beeld door niet zorgvuldig te zijn in formuleren en combineren en onderzoeken niet af te wachten. Meldingen van mogelijke integriteitsschendingen worden al snel affaires genoemd, terwijl de werkelijke schending nog moet worden aangetoond, of wellicht zelfs niet heeft plaatsgevonden. Onder het kopje van in opspraak komen wordt van alles bestempeld tot integriteitsaffaire. De historicus in mij zegt: onderzoek eerst voor je oordeelt; wat fout is moet je veroordelen en aanpakken, maar wat niet verkeerd is gegaan, moet je niet tot affaire verheffen.’

U kreeg het verzoek uit de Staten om het Openbaar Ministerie op de zaak te zetten. Hoe luidde de reactie van het OM?
‘De suggestie werd in NRC door een wetenschapper gedaan en door verschillende partijen overgenomen. Om aangifte te doen, moet je een redelijk vermoeden van een strafbaar feit hebben. En daar had ik geen enkel bewijs van. Uiteraard hield ik de kanalen naar het OM open. Ik zou niet geaarzeld hebben daar gebruik van te maken.’

Van wie mocht u een reactie ontvangen op uw aftreden?
‘De hoeveelheid reacties is enorm. Overweldigend, niet alleen qua aantal, maar ook naar de inhoud. Reacties uit het kabinet, uit Belgisch-Limburg, Luik, Duitsland, andere provincies en andere officiële relaties, van bisschoppen tot burgemeesters. Medewerkers en vrienden. Maar minstens zo indrukwekkend zijn appjes, mails, kaarten en brieven van zovele gewone Limburgers die iets met mij hebben meegemaakt of waarmee ik ervaringen deel. Diverse verhalen hebben mij ontroerd, maakten mij klein en stil. Ik krijg al die mensen onmogelijk persoonlijk bedankt, maar het warme bad heeft mij goed gedaan.’
U zei me: ‘Ik word nooit boos.’ Is dat goed of slecht in de huidige situatie?
‘Ik kan mijzelf niet veranderen, heb als gouverneur ook altijd geweigerd om een rol te spelen. Ik probeerde gouverneur te zíjn, niet te doen alsof. Misschien had ik in de afgelopen jaren mijn opvattingen over goed en kwaad wat meer in uitingen van vriendelijkheid en boosheid moeten laten zien. Ik heb de neiging de nuance te zoeken, de relativering aan te brengen. Mensen denken dan vaak: die Bovens bagatelliseert, terwijl voor mij juist het tegendeel aan de orde is. Wat mijn vertrek betreft: ja, ik had met de vuist op tafel kunnen slaan. Maar hoe waarachtig kom je dan over?’

Hoe zal uw toekomst eruitzien?
‘De eerste twee à drie maanden zal er nog tijd zijn voor opruimen en hier en daar kleinschalig afscheid nemen. En daarna ga ik doen waartoe iedere uitkeringsgerechtigde geroepen is: solliciteren, op zoek gaan naar ander werk. Dat mag niet voor de provincie Limburg zijn, maar wellicht zijn er andere banen waarin ik iets voor mensen kan betekenen. Vervelen zal er niet gauw inzitten, want er komt meer tijd voor mijn vrijwilligersactiviteiten (Kansfonds, bedevaarten, culturele activiteiten; red.).’

Hoe gaat het nu met u persoonlijk?
‘Ik heb de metafoor van een overlijden al vaker gebruikt. Thuis ziet het uit als een uitvaartcentrum, al die bloemen en kaarten. En zoals in de DELA-reclame op tv: mensen spreken je lovend toe, terwijl je nog niet dood bent. Je moet in twee, drie dagen zoveel loslaten en beslissen. Het echte gemis komt in de eerste zes weken, daarna in de vaste jaarkransmomenten. Ik was aan het ambt verslaafd, dus is het nu afkicken. Het gouverneurschap heb ik als een groot geschenk ervaren, waar ik alleen maar grote dankbaarheid voor voel.’

Resultaten

378 resultaten

Nummer 1 Leden Inlog

U kunt hieronder inloggen om deel te nemen aan onze lezersacties.