Kies een categorie
Zoeken binnen exclusief
terug naar overzicht

Alle categorieën

In gesprek met John Vranken over veertig jaar Nummer 1

In gesprek met John Vranken over veertig jaar Nummer 1

In 1984 werd abortus gelegaliseerd in Nederland. De bekende Nederlandse popband Doe Maar kondigde zijn afscheid aan. Mensenrechtenactivist bisschop Desmond Tutu won de Nobelprijs voor de Vrede. Winnie Mandela mocht na 22 jaar haar man Nelson voor het eerst bezoeken in de gevangenis op Robbeneiland. En in 1984… werd Nummer 1 geboren.

Door RAYMOND KERCKHOFFS | Fotografie HENRY PETERS

De eerste herinneringen die oprichter en uitgever van het eerste uur John Vranken aan Nummer 1 heeft, brengt iets triests. Drie weken voor de verschijning van de eerste uitgave overleed op 44-jarige leeftijd zijn zus Mariet. ‘Dat was een domper op de feestvreugde’, kijkt Vranken terug. ‘Zakelijk werd er iets geboren, privé sterft een van de meest geliefde personen in je leven. Toch weet je dat je altijd verder moet.’

Met de eerste vijftig nummers van Nummer 1 vertrok Vranken in de zomer van 1984 naar Morzine. In het wintersportoord in de Franse Savoie vond de eerste rustdag van de Tour de France plaats. Jean Nelissen was op dat moment de hoofdredacteur van Nummer 1 en wilde daar het eerste nummer meteen dopen. ‘Een sportief familieblad was ons uitgangspunt bij het opstarten van Nummer 1. Natuurlijk was wielrennen, een sport die in Limburg enorm leeft, voor het magazine een belangrijk onderwerp.

Daarom was het ook mooi om het eerste nummer in de Ronde van Frankrijk te presenteren. De volgende dag werd ik meteen uitgenodigd door de toenmalige Tour de France-directeur Félix Lévitan om in Crans-Montana aan te schuiven bij een diner voor de journalisten in de Tour. Daar deelde Nelissen ons magazine uit. Heel de mediawereld wist meteen dat Nummer 1 bestond.’ 

Daarmee stond Nummer 1 direct op de kaart. ‘We zijn gestart als een tijdschrift dat een keer per maand bij De Limburger werd verspreid. Voor de dagbladuitgever bleek dat een schot in de roos te zijn. Het was een trekker om nog meer abonnees te krijgen. Wij waren immers de eerste fullcolourbijlage bij een dagblad in Nederland. Voor mij was het destijds dé ideale manier om Nummer 1 bij een groot publiek te distribueren.’

Met Jean Nelissen had Vranken ook direct een hoofdredacteur met naam en faam in huis. Nelissen had niet alleen in de sport een groot netwerk, overal wist hij binnen te komen. Of het nu in het Torentje bij de minister-president was of bij talrijke artiesten op het podium. ‘Het was mijn droom om Toon Hermans groot in Nummer 1 te krijgen. Hij was op dat moment dé komediant van Nederland en veruit de bekendste Limburger. Nelissen regelde zo het interview en liet hem op de coverfoto ook nog eens zijn wijsvinger opsteken als teken van dé nummer één. Een verhaal dat door de lezers werd gevreten.’

Qua fullcolourmagazines was Limburg in die periode een achtergebleven hoek. De regionale kranten stonden vol met provinciale en lokale adverteerders. Landelijke fullcolouradvertenties liepen ze mis, omdat ze in die periode hiervoor nog niet de drukpersen hadden. ‘Daar lag mijn kans. De dekking van de VNU-tijdschriften lag daarbij in Limburg ook nog eens ver onder het landelijke gemiddelde. Wij hadden een grote oplage en wisten in Limburg met een kleurenmagazine een ongekend groot publiek te bereiken, waardoor we uniek waren voor grote nationale en internationale adverteerders. Die hele markt lag nog open. Dat was direct onze successleutel.’

Dat Nummer 1 daadwerkelijk een partij was die meetelde in het Nederlandse medialandschap, maakt een anekdote uit het eerste jaar op het KLM Open duidelijk. Op uitnodiging van golfpromotor Robbie van Erven Dorens werd Vranken op de golfbaan in Zandvoort uitgenodigd. Vijf media mochten exclusief met prins Bernard de achttien holes lopen. Nummer 1 nestelde zich hier op koninklijk niveau tussen de grotere titels van het land.

Redactioneel duurde de periode van Nelissen bij Nummer 1 niet lang. ‘Nadat Nelissen weigerde om zijn declaraties te laten aftekenen door de hoofdredactie van De Limburger, moesten we op zoek gaan naar een andere hoofdredacteur. We hebben toen veel geluk gehad dat Jo Cortenraedt dit oppakte. Hij had het in zijn vingers om een mooi blad te maken. Jo bracht meer het joie de vivre erin met rubrieken als Voilà, Limbourgeois en Vivre. Jo maakte er nog meer een familieblad van. Hij wist ook talrijke bekende personen exclusief voor Nummer 1 te strikken; een dubbelinterview met Jan Mulder en Willy Brokamp zorgde voor veel aanzien. Dat Jo een topper in zijn vak was, bewijst hij nog steeds door nu al vanaf 1997 zijn eigen succesvolle magazine Chapeau uit te geven.’ 

Na dertien jaar besloot Vranken inhoudelijk meer op eigen voeten te gaan staan. Hij verzamelde bekende en goede journalisten om zich heen, al wil hij zichzelf nooit hoofdredacteur noemen. Eigenlijk deed Vranken vrijwel alles. Oprichter, uitgever, directeur, advertentieverkoper… ‘Al die titels, dat zegt me allemaal niks’, beklemtoont hij. ‘Noem me gewoon een kleine uitgever. Ik heb nu veertig jaar lang mijn hoofd boven water kunnen houden tussen grote uitgevers als VNU, De Telegraaf, Wegener, Mediahuis en onder andere DPG Media.’

‘Hoe dat is gelukt? Dat is een teamprestatie. Van inhoud, redactie, sales, opmaak, drukker en bezorger. Altijd gaan voor interessante onderwerpen die door de redactie worden gekozen. Op de inhoud heb ik zelf nooit invloed gehad. De journalistieke keuzes moesten en moeten onafhankelijk zijn. Verder durfden we voor gewaagde covers te kiezen, die in die jaren wel eens met Playboy konden concurreren. Dat heeft stof doen opwaaien.’

Nummer 1 groeide in die periode ook uit tot een familiebedrijf. Zijn drie kinderen zijn inmiddels ook al jaren werkzaam voor Nummer 1, ieder op zijn eigen vakgebied. Dochter Daniëlle geeft op sales en marketing de leiding, zoon Dave is verantwoordelijk voor de opmaak, distributie en digitalisering en zoon Quincy heeft de financiële administratie onder zijn hoede. ‘Wat wens je je als vader en uitgever nog meer? Natuurlijk is dat ook mijn grote motivatie om nog lang niet met pensioen te gaan’, zegt hij met een knipoog.

Eind jaren negentig waren de gouden jaren van print. De dagbladen floreerden, magazines hadden recordoplages. ‘Een blad als Libelle had 850 duizend abonnees. Eigenlijk zijn de oplages vanaf het millennium beetje bij beetje in elkaar gedonderd. Je zag het medialandschap veranderen. De Sterreclames, de commerciële televisiestations kwamen op, waardoor de advertentiemarkt er heel anders ging uitzien. Grote partijen als Unilever gingen andere keuzes maken. Je zag dat de landelijke adverteerders steeds minder in print gingen doen. Wij hebben ons toen in fullcolour steeds meer op de provinciale markt gericht. Op de grotere partijen binnen Limburg. Een transitie die eigenlijk stap voor stap heel vlotjes is verlopen.’ 

Waar de laatste jaren internet first de algemene kreet in het medialandschap is, blijft Vranken geloven in papier. ‘We zijn op tijd in de digitalisering gestapt en daar plukken we ook de vruchten van. Het voordeel van print blijft echter dat de lezer geconcentreerd een artikel leest en het veel langer blijft hangen. Internet is toch vooral voor het snellere nieuws. Ik denk dat we tussen print en digitaal een goede balans hebben gevonden en dat dit ook een formule is waar we nog jaren op verder kunnen bouwen. Dat we qua oplage en bereik onbetwist de nummer één van Limburg blijven.’

Resultaten

204 resultaten

Nummer 1 Leden Inlog

U kunt hieronder inloggen om deel te nemen aan onze lezersacties.

E-mail adres  
Wachtwoord  

Wachtwoord vergeten?
Maak een nummer1 account aan