Kies een categorie
Zoeken binnen exclusief
terug naar overzicht

Alle categorieën

Fluitend naar de kwetsbaren van Heerlen

Fluitend naar de kwetsbaren van Heerlen

Lodewijk Asscher als kwartiermaker van Heerlen-Noord

Werelden die bij elkaar komen, een prachtig natuurgebied de Brunssummerheide, met stukjes stad waar mensen het heel goed hebben. En stukjes stad waarvan je denkt: hier moeten we onmiddellijk iets aan doen. Lodewijk Asscher als kwartiermaker van Heerlen-Noord: ‘Als de geschiedenis omarmd zou worden en een basis zou kunnen vormen voor een mooie toekomst, is heel veel mogelijk.’ Een gesprek, met een persoonlijke tint.

Door Jos Benders, arts-redacteur

Asscher is, als ik hem spreek, bij zijn moeder. Hoe dat zo? (Kleine grinnik): ‘Ik werk veel thuis zoals veel mensen. Ik heb drie schoolgaande jongens van tien, twaalf en veertien, ook mijn echtgenote werkt thuis. Het is heerlijk rustig hier bij mams. Ze woont in Amsterdam. Vandaag heb ik allerlei vergaderingen, ook over Heerlen, die doe ik van hieruit.’ Verschaft moeder hem koffie? ‘Zeker, zo is ze dan ook wel weer.’ De Asschers vormen een hechte familie, helpen elkaar waar het kan. Vader en moeder Asscher waren jurist, net als Lodewijk zelf, alsook zijn broer.

Voor Heerlen-Noord, wat is uw taakstelling?
‘Mijn opdracht is om als aanjager te komen tot het verbeteren van het leven in Heerlen-Noord. Kinderen groeien er niet op met dezelfde kansen als elders in het land of in Heerlen-Zuid. Ik zorg dat er een plan voor komt, dat alle partners die je nodig hebt om dat uit te voeren zich eraan committeren en er afspraken over maken. Dat er een organisatie komt die dat gaat uitvoeren. En dat we het geld bijeen krijgen om het te doen. Zie het als een complexe maar mooie opgave.’

Die taakstelling is verbonden aan een tijdlijn, neem ik aan?
‘Zeker. Tot 1 januari doe ik dit werk. De bedoeling is dat er dan een projectbureau staat dat de uitvoering gaat verzorgen, samen met de gemeente en de andere partners. Er komt een projectdirecteur die hieraan leidinggeeft. Dat zal iemand uit de streek moeten zijn, want ik ben natuurlijk een Amsterdammer.’

Zou dat betekenen dat u per 1 januari terugtreedt?
‘Ja, in principe wel. Al zal ik me hier altijd betrokken bij blijven voelen. Dus zal ik ook graag blijven helpen. De aanjaagfase moet overgaan in de uitvoering en dan wil je iemand die daar volop mee bezig kan zijn, er leeft en woont en de verbindingen kan leggen. Rotterdam-Zuid is een inspirerend voorbeeld. Dat project kende ook een aanloopfase met Wim Deetman. Daarna nam Rotterdammer Marco Pastors het over en die doet deze klus nu al tien jaar.’

Wat had u met Limburg vóór dit project?
‘Zoals veel mensen uit de Randstad, heel vrolijke en fijne associaties. Het mooie landschap, het goede leven en het rustige tempo. Ik ben er met het gezin geweest en als partijleider. Ook in Heerlen, daardoor ken ik de problematiek van ongelijkheid al langer. Maar dat valt allemaal in het niet bij hoe ik het nu ken. Sinds mei ben ik betrokken bij het project en voel me er thuis. Als ik er ben, slaap ik in een B&B in Heerlen-Noord. Ik weet wie er werkt op de scholen, bij de politie, ik leerde Wiro Gruisen kennen van zorgverzekeraar CZ die een opmerkelijke rol vervult in dit project. Heel leuk om na een politieke carrière nu de diepte in te kunnen duiken in zo’n onstuimig gebied.’

Wie heeft u als eerste geraadpleegd toen u startte?
‘Ik heb meteen contact gezocht met burgemeester Roel Wever. Daarna met Ron Meyer, die fractievoorzitter is van de SP, de grootste fractie in de raad. Erna ben ik met de politie meegegaan. Politiemensen kijken anders naar de samenleving en zo kreeg ik een soort röntgenfoto van de problemen die er in de wijk zijn.’

Hoe vaak bent u er fysiek?
‘Tot nu toe tienmaal, meestal blijf ik twee dagen.’

De Randstad en Limburg, er lijkt meer afstand dan alleen in kilometers?
‘Toen in juli de overstromingen waren, was ik er. Het viel mij op hoe lang het duurde voordat echt doordrong tot de Randstad hoe erg het was.’

Waarvan bent u tot nu toe het meest geschrokken?
‘Twee dingen: de eerste komt uit een presentatie van een zorgverzekeraar. CZ in dit geval, dat zich sterk bekommert om de staat van de gezondheidszorg in Heerlen-Noord. De verzekeraar becijfert dat de regio vijfentwintig miljoen euro onverklaarbare kosten telt. Als je dat vertaalt, zijn mensen er dus zwaar ongezond. Als je ongezond bent, betekent dit dat je pijn hebt, dat je je ellendig voelt. Dat is een ware epidemie. Daar ben ik stevig van geschrokken. En het tweede is dat - als je met mensen zelf spreekt - je de moedeloosheid ervaart. Opmerkelijk, in een rijk land, dat er mensen zijn die de moed hebben verloren. Die de hele dag bezig zijn met te overleven en weinig vertrouwen hebben in de overheid, in instituties. Je ziet het bijvoorbeeld terug in de hele lage vaccinatiegraad in het gebied.’

Helpt het Heerlen dat u uit de landelijke politiek komt?
‘Zeker. Ik heb twintig jaar ervaring, zowel in de landelijke politiek als in de stadspolitiek. Ik ben gewend om afspraken te maken en om complexe veranderingen aan te brengen. Heerlen heeft te maken met wat heet grootstedelijke problematiek, de combinatie van onderwijsachterstanden, onveiligheid en de omgeving die moet worden opgelapt. Mijn ervaring in de landelijke politiek helpt om de afstand tot Den Haag kleiner te maken.’

Heeft u al gebeld met leden uit het kabinet de afgelopen weken?
‘Ik heb veel contact met hoge ambtenaren en de ministers omdat ik wil dat zij dit weten. Voor ik ja heb gezegd, heb ik contact gehad met minister Ollongren en ik heb gesteld: ik wil dit op me nemen, maar ik heb je straks wél nodig. Ik wil de mensen in Heerlen-Noord echt helpen. Dan pak je ook de telefoon.’

Hebt u ooit een gedachtevlucht gehad met: shit, dit had ik allemaal eerder willen weten?
‘Ja en nee. Voor mij is het een enorm bewijs dat die wijkaanpak nooit gestopt had mogen worden. Na Balkenende IV is dat in het verdomhoekje gekomen. Minister Vogelaar van de vogelaarwijken kreeg kritiek op haar plannen met het verwijt van rechts dat het alleen maar zou gaan om het organiseren van buurtbarbecues. In de nasleep is de hele wijkaanpak tot stilstand gekomen.’

U legde in een raadsvergadering in Heerlen de directe band met criminaliteit. Het was de avond na de moord op Peter R. de Vries, welk schokkend voorval u erbij betrok.
‘Ja, ik heb gezegd: voor de uitvoering van criminaliteit, daar werven ze voor, in dit soort wijken. En ik vind dat we onze nieuwe generatie moeten beschermen, dus ook tegen de lokroep van criminaliteit.’

U vindt dat je dit zo mag benoemen!?
‘Zeker. Ik heb in die twintig jaar geleerd: je moet vooral benoemen wat je ziet, wat je hoort en wat je voelt. Kijk, kinderen lopen gevaar als ze worden verwaarloosd, mishandeld worden, als ze worden benaderd voor criminaliteit of er slachtoffer van zijn. Als kinderen gevaar lopen, dan heb je de plicht om in te grijpen.’

Asscher: ‘Ik heb weleens intern gekscherend gezegd: je moet het zien als het Brooklyn van Limburg, ook daar zou je niet gevonden willen worden. Maar juist de energie die daar ook te vinden is, kan je benutten. Als mensen maar ervaren dat het met volgende generaties beter gaat, dan raakt dat uiteindelijk aan wat ons als soort voortdrijft. Ik kan u vertellen, dit is de leukste job die ik doe en hij maakt mij gelukkig. Ik rij zingend naar Limburg en ik vertel er aan iedereen over. En - en dat is misschien voor mij persoonlijk - het is de kern van sociaaldemocratie. Graag wil er ik nog iets aan toevoegen over de rol van de zorgverzekeraar. Het is bijzonder en het zou navolging verdienen elders dat die zó durft te kiezen voor preventie, voor de stelling: we willen als CZ meedoen aan zaken die de leefgebieden van mensen raken en niet eens direct aan de gezondheid. Je kan de zorg slimmer organiseren, maar als mensen het heel moeilijk hebben, gaat dát het toch niet doen. Ik vind dit erg inspirerend.’

Resultaten

396 resultaten

Nummer 1 Leden Inlog

U kunt hieronder inloggen om deel te nemen aan onze lezersacties.

E-mail adres  
Wachtwoord  

Wachtwoord vergeten?
Maak een nummer1 account aan