Nummer 1 - Jan 2012

DE OGEN VERWONDERD OP DE WERELD HOUDEN

Onlangs trad de bekende cabaretier Paul van Vliet op in Maastricht. Het werd een gevoelig weerzien met het zuiden van het land. Van Vliet vond er de roots van zijn carrière terug. En de goede doelen vormen de laatste jaren de hoofdzaak in zijn ambities. Vandaar dit vraaggesprek.

Door Jos Benders

Hoe is je bezoek aan Limburg bevallen? Je hebt gelogeerd bij Camille Oostwegel, denk ik?
Paul van Vliet: ‘Ja, in het Kruisherenhotel in Maastricht. Een belevenis, het samengaan van modern en oud, een plek waar de eeuwen elkaar ontmoeten.’

Wat heeft de middag opgebracht?
Paul van Vliet: ‘4000 euro. Wij kijken zuinig aan tegen zo’n rond bedrag; maar als je dit geld in Afrika gaat besteden, kun je er veel mee doen.’

Hoe waren de reacties?
Paul van Vliet: ‘Zo van: dit is er niet meer. Je show had een warmte en menselijkheid waarmee we getroost het theater uitgingen.’

Retro combineren met het heden? Kun je vertellen hoe deze show tot stand gekomen is?
Paul van Vliet: ‘Het is begonnen als een lezing van een minuut of twintig. Ik legde de mensen uit wat het probleem is als je als Nederlandse cabaretier in het Engels gaat optreden. Toen ik de eerste keer de lezing deed, geïllustreerd met een paar kleine voorbeelden, dacht ik: hier zit meer in. Het werd een halfuur en uiteindelijk; vijf kwartier en het is nu eigenlijk een volwaardige theatershow. Mensen zeggen: “Daar moet je meer mee doen”.
Ik ga volgende week naar New York, waar ik speel in de Nederlandse club. Ook heb ik de voorstelling twee weken geleden in Laren gedaan voor een gezelschap van collega’s uit de televisiewereld. Het groeit, het stijgt langzaam op...’
Hoor ik je eigenlijk denken, misschien ga ik er volgend jaar mee op tournee?
Paul van Vliet: ‘Er wordt aan me getrokken. Vooral met het argument: dit kunnen we nergens meer zien en we hebben er zoveel aan. Ik ga er misschien kleine theaters mee langs. Ik moet er over denken.’

Waarom doet deze show het zo goed?
Paul van Vliet: ‘In onze tijd is er te veel grof cabaret waar mensen zich langzamerhand van afkeren. Iedereen doet mekaar na, gaat over mekaar heen bieden en dan kom je in uiterwaarden waarin de taal geen enkele slagkracht meer heeft.’

Zou het ook kunnen zijn dat mensen denken: wat een geluk dat we hém nog hebben?
Paul van Vliet: ‘Ik vind het uit mijn eigen mond een beetje onbescheiden, maar het is voor een artiest hartverwarmend als je hoort, fijn dat je er weer was.’

Je bent drie- of vierenzeventig.
Paul van Vliet: ‘Vierenzeventig, net geworden, 10 september.’

Wat is het geheim van die lange houdbaarheidsdatum?
Paul van Vliet: ‘Dat weet ik niet. Ik heb niet zuinig geleefd. Het is wel een vak dat je jong houdt. Je krijgt geen tijd om te suffen. Je moet zorgen dat je ook fysiek op orde bent. Ik kan niet zeggen dat ik vaak in de sportschool zit, maar ik probeer elke dag een uur te wandelen en genoeg te slapen. Waar ik speciaal op let, is gezond eten.’

Als ik zeg dat je ook mentaal niets van je scherpte verloren hebt?
Paul van Vliet: ‘Dat hoor ik graag. Het vak houd je alert. Je moet op de hoogte blijven, veel lezen, blijven rondkijken. Je moet je ogen verwonderd op de wereld gericht houden. Het is een vrolijk beroep als je iets met muziek kan doen, met licht, iets met mensen. Het spelen is ook echt spelen, in de letterlijke betekenis.’

Retro en heden. Ik wil er op terugkomen. Zo vervlecht je het liedje Meisjes van dertien met de nieuwe versie Meisjes van dertig. Kun je de kwintessens herhalen?
Paul van Vliet: ‘Het leuke van dertig is dat alles nog kan. Een sleutelzin voor meiden van 30 om iets te doen wat ze al heel lang van plan waren, maar
niet konden. Wat ontbrak was dat kleine duwtje om die stap te zetten.’

Kun je ook een toertje over de zee maken die moe was?

Paul van Vliet: ‘Ik vertel in het programma dat teksten soms worden ingehaald door de tijd. Zoals Meisje van dertien. Een meisje van dertien van nu is eigenlijk volwassen. Dat zou je nu misschien als meisje van tien zo beschrijven. Andere nummers zijn actueler naarmate ze langer meegaan, zoals het lied over de zee die me vertelde dat ze moe is, er zeer beroerd aan toe is…’

Jij hebt op je website een drietal programma´s staan waar belangstellenden je voor kunnen inhuren. De ‘onemanshow à la carte’, dan ‘de verteller’ en ‘the truth behind the dykes’. Ik denk dat jij nu de verteller hebt gedaan?
Paul van Vliet: ‘Klopt. Ik heb er nog niet geen echte titel voor. Ik moet er nog op broeden.’

Ik heb er een, Nieuwegein…
Paul van Vliet: ‘Ik dacht gisteren Toegift, die vond ik ook wel leuk.’

In toegift zit iets van blessuretijd. Als ik je in volle vitesse op het podium zie staan, is jouw carrière voorlopig nog niet afgelopen.
Paul van Vliet: ‘Nee, dat is waar.’

Heb je in Limburg nog inspiratie opgedaan?
Paul van Vliet: ‘Door te spelen in de Bonbonnière in Maastricht, wat ik heerlijk vond omdat het publiek het goed oppikte en er helemaal in meeging, heb ik de smaak weer te pakken gekregen. Het was ook lekker opnieuw in de stad te zijn, zoals vroeger op tour. Ook een beetje retro.’

Je staat er om bekend dat je spontaan kan dichten…
Paul van Vliet: ‘Ik ben sneldichter geweest in de Bijenkorf, lang geleden in mijn studententijd.’

Kijken of die vitaliteit ook nog bestaat. Zou je een vierregelig vers over Limburg kunnen uitbrengen?
Paul van Vliet: ‘Nu zo spontaan? (ademt in en vervolgt:)
    Als ik de lange wegen naar beneden zak
    Vol verwachting naar het zuiderlicht
    Als ik mijn koffers weer met kleren pak
    Dan rij ik fluitend, zingend naar Maastricht.
                       
Wat wil je nog kwijt aan de Limburgse mensen?
Paul van Vliet: ‘Dat ik een warme plek voor Maastricht en het zuiden zal blijven behouden. Dat is er ingegoten door mijn ouders die me heel jong meenamen naar Maastricht en Zuid-Limburg. We ruilden ons huis met mensen die graag aan de zee wilden zijn en wij wilden graag in het Limburgse land vertoeven.’

Wanneer kom je terug?
Paul van Vliet: ‘Misschien in 2010 of 2011. Ik zit te broeden, het ei is nog niet gelegd.’

Een kip die broedt, moet je niet storen…
Paul van Vliet: ‘Nee, maar ik mocht er even vandaan.’

pvv