Juni 2010

Nummer 1 op weg naar 25-jarig jubileum

Tijdschrift Nummer 1 nadert een respectabele mijlpaal. Volgend jaar zomer glijdt namelijk bij alle abonnees van Dagblad De Limburger de 250e editie door de brievenbus. In een tijdsbestek van een kwart eeuw is het familietijdschrift van Limburgse makelij uitgegroeid tot een veelzijdig en gewaardeerd magazine voor een brede doelgroep. Directeur John Vranken laat zijn licht schijnen over vijfentwintig jaar Nummer 1 in een vaak woelig mediaklimaat.

Positief-kritisch
‘Eerst even een rekensommetje’, steekt Vranken van wal. ‘Tien edities per jaar vermenigvuldigd met gemiddeld 150 duizend abonnees is anderhalf miljoen, vermenigvuldigd met vijfentwintig komt uit op 37 1/2 miljoen tijdschriften! Dat is nogal wat. Gevuld met spraakmakende interviews met beroemdheden uit binnen- en buitenland. Ik noem prins Bernhard, Lady Diana, tal van kamerleden, ministers en ministers-presidenten, topsporters als Johan Cruijff, Eddy Merckx en Mohammed Ali. Toon Hermans, Liz Snoeyink, schilder, schrijver en beeldhouwer Kees Verkade, Miss Nederland en Miss World; allemaal passeerden ze de revue in Nummer 1. Maar ook de gewone man of vrouw is ruimschoots aan het woord geweest. Een mooie mix. Maar let wel, nooit en te nimmer toegespitst op sensatie, roddels en achterklap. Die behoefte heb ik nooit gehad; daar zijn andere bladen voor op de markt. De teneur is altijd positief-kritisch geweest en dat zal ook altijd zo blijven. We willen mooie, leuke en verrassende onderwerpen in Limburg belichten. De minder leuke items vernemen de mensen wel via andere kanalen. Die afweging hebben wij gemaakt ten faveure van ons sociaal kapitaal, ofwel de lezer. En de formule werkt, met name getuige de eerder genoemde 37 1/2 miljoen exemplaren.’

Telefooncentrale
Maar het was niet altíjd pais en vree. Kritiek, meningsverschillen, personeelswisselingen… met open vizier ging Vranken telkenmale de strijd aan. ‘Zo kreeg en krijg ik nogal eens te horen dat Nummer 1 weinig van doen heeft met onafhankelijke journalistiek’, vertelt de directeur geagiteerd. ‘Dat het tijdschrift een commerciële inslag heeft, moge duidelijk zijn. Maar voor Nummer 1 geldt wat voor alle andere magazines, huis-aan-huisbladen en de zogeheten onafhankelijke tv-zenders en (dag)bladen geldt: zonder commercie kun je de tent sluiten. Betaalt de bevolking niet? Dan gaat onherroepelijk de knip op de deur. Punt. Op zich vrij simpel, voor bepaalde mensen echter moeilijk te bevatten.’
Een aantal jaren geleden zou er een kostbaar onderzoek plaatsvinden naar het bestaansrecht van Nummer 1. Oftewel, was Nummer 1 wel de moeite waard? John Vranken glimlacht: ‘Nummer 1 verschijnt sinds jaar en dag op vrijdag. In een vooraankondiging in het dagblad stond echter abusievelijk vermeld dat Nummer 1 op donderdag in de bus zou vallen. Grote paniek, die bewuste donderdagochtend. Niemand had Nummer 1 ontvangen! De telefoonlijn bij de krant in Maastricht werd volledig plat gebeld. De initiatiefnemers hebben het onderzoek vervolgens maar afgeblazen. Immers, onomstotelijk stond vast dat Nummer 1 wel degelijk een toegevoegde waarde had. Er is zelfs een journalist geweest die een persoonlijke hetze voerde tegen Nummer 1 en het tijdschrift niet langer wenste te ontvangen. Hij vond gehoor bij nog tien anderen. Mensen uit zijn familie- en kennissenkring, naar later bleek. Ook dit ‘wetenschappelijk onderzoek’ stierf een vroege dood. De beste man is overigens ook niet meer werkzaam in de journalistiek. Ach, het houdt je alert.’

Graten
In een relatief korte periode zijn er diverse glossy’s op de markt gekomen. ‘Als paddestoelen schieten ze uit de grond’, reageert Vranken. ‘Het lijkt sowieso of iedereen in Nederland een eigen tijdschrift heeft. Vandaag is het Linda, morgen is het Piet. Mooi. Eén probleem: je moet ze bij de mensen in de brievenbus zien te krijgen. En volgens HOI (het Nederlands Instituut voor Media Auditing, dat oplagecijfers of andere versprijdingsdata publiceert, red.) is er geenszins sprake van verpletterende cijfers. Ook Sanoma-titels als Libelle, Margriet, Viva en Story hebben te kampen met krimpende abonneebestanden. Het is in grote mate een kwestie van balans. Je rendement moet in evenwicht blijven. Wat ik daarmee bedoel? Nou, ik maak wel vaker de vergelijking met een vis. Nummer 1 is een mooie, gezonde vis, die zich uitstekend thuis voelt in de provinciale wateren. Maar maak je ’m te dik, dan gaat ie dood. Wordt ie te mager, dan hou je uiteindelijk alleen nog maar graten over. Kortom, je moet er voor waken dat je niet te zeer uitschiet. The sky is the limit, is een populaire en veel gebezigde uitspraak. Maar daar geloof ik  niet zo in. Cijfers liegen nou eenmaal niet. Het is een geruststellende gedachte dat het vertrouwen in Nummer wél diepgeworteld is. Het tijdschrift beschikt over een sterke basis om zomaar nog eens vijfentwintig jaar vol te maken.’

 

john1